Citaat | Rechtbank Utrecht 9 oktober 2009

Alinea 71 Rechtbank Utrecht 9 oktober 2009

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 9 oktober 2009, ECLI:NL:RBUTR:2009:BK0260.

4.8. De kantonrechters zijn evenwel van oordeel dat, ook al zijn onvoorziene omstandigheden aanwezig, deze niet van dien aard zijn dat [X] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde nakoming van de toezegging niet mag verwachten. Voor de invulling van het begrip(penpaar) 'redelijkheid en billijkheid' vallen de kantonrechters terug op artikel 3:12 BW, dat bepaalt dat bij de vaststelling van wat redelijkheid en billijkheid eisen, rekening moet worden gehouden met algemeen erkende rechtsbeginselen, met de in Nederland levende rechtsovertuigingen en met de maatschappelijke en persoonlijke belangen die bij het gegeven geval zijn betrokken. De kantonrechters gaan er vanuit dat er geen rangorde bestaat tussen deze drie gezichtspunten. Derhalve dient in dit concrete geval te worden beoordeeld of de redelijkheid en billijkheid rechtvaardigen dat de toezegging wordt gewijzigd. Voorts stellen de kantonrechters voorop dat het hier niet gaat om de beperkende redelijkheid en billijkheid ex artikel 6:248 lid 2 BW, maar om de (buitengrens van de) aanvullende redelijkheid en billijkheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b899fccbdd1d37ecc08d00e3aca903bc26109d451ff1f943c93d97eeb69d1ca5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b899fccbdd1d37ecc08d00e3aca903bc26109d451ff1f943c93d97eeb69d1ca5, en de alinea staat in dat document op bytes 36104 tot 37222.