Citaat | Rechtbank Utrecht 10 november 2009
Alinea 21 Rechtbank Utrecht 10 november 2009
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 10 november 2009, ECLI:NL:RBUTR:2009:BK2849.
De verdediging is van mening dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden, maar dat dit niet geldt voor alle in de tenlastelegging genoemde feitelijkheden en wijst daarbij op de ontkenning van verdachte dat hij het slachtoffer bij haar bovenbeen heeft aangeraakt en dat hij op en neer gaande bewegingen heeft gemaakt terwijl hij op aangeefster lag. Ook is verdachte niet onverhoeds op aangeefster gaan liggen, omdat hij het haar eerst heeft gevraagd. Daarnaast was verdachte niet de begeleider van het slachtoffer, zij waren gelijkwaardig in functie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/201d204524f2cac69232bf9432f5ea8327b6e1447f2cd7d3417ba6ef3d8e79b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 201d204524f2cac69232bf9432f5ea8327b6e1447f2cd7d3417ba6ef3d8e79b2, en de alinea staat in dat document op bytes 5514 tot 6086.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/201d204524f2cac69232bf9432f5ea8327b6e1447f2cd7d3417ba6ef3d8e79b2 | shasum -a 256