Citaat | Rechtbank Utrecht 23 december 2009
Alinea 47 Rechtbank Utrecht 23 december 2009
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 23 december 2009, ECLI:NL:RBUTR:2009:BK7569.
De door [eisers] genoemde noot bij het arrest van de Hoge Raad van 27 maart 1953 NJ 1953,575 geeft evenmin steun aan de door [eisers] verdedigde opvatting. De annotator wijst er op dat het recht op uitkering bij een levensverzekering ten gunste van een derde van aanvang af niet behoort tot het vermogen van de verzekeringnemer en dat aan de verzekeringnemer slechts het vermogensrecht toekomt tot aanwijzing van de begunstigde. Dat recht eindigt evenwel na overlijden van de verzekeringnemer. Deze bespreking van het vraagstuk sluit geheel aan op de “leer van het zelfstandig recht”. De door [eisers] genoemde wetsgeschiedenis geeft geen grond tot een ander oordeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e638d18efd5795cd97ce173329569b523eab69086bce6df367cfab09fab796c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e638d18efd5795cd97ce173329569b523eab69086bce6df367cfab09fab796c, en de alinea staat in dat document op bytes 13763 tot 14447.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e638d18efd5795cd97ce173329569b523eab69086bce6df367cfab09fab796c | shasum -a 256