Citaat | Rechtbank Utrecht 30 december 2009
Alinea 116 Rechtbank Utrecht 30 december 2009
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 30 december 2009, ECLI:NL:RBUTR:2009:BK8031.
Hij betoogt dat hij [eisers] niet expliciet gewezen heeft op de consequenties van het convenant, omdat uit de uitlatingen van [eiser sub1] bleek dat [eisers] wel degelijk besefte wat de consequenties van het convenant waren. Dat [eiser sub1] heel goed wist waarover hij sprak blijkt volgens [gedaagden] uit het feit dat [eiser sub1] ervaring had met projectontwikkeling. Verder voert [gedaagden] aan, dat het niet uitmaakt dat [eiser sub2] niet als contractspartij in de aanhef van het door hem opgestelde convenant en de bijlage vermeld stond, aangezien uit de medeondertekening van [eiser sub2] bleek dat hij contractspartij was en HPM zich er bovendien nooit op beroepen heeft dat hij geen contractspartij zou zijn. Voorts stelt [gedaagden] dat [eiser sub1] nooit navraag bij hem heeft gedaan naar de zekerheid van de belangen van [eisers] bij doorverkoop van het plan door HPM. Er is volgens [gedaagden] nooit over doorverkoop gesproken, omdat de deal met HPM rond was en er was geen reden om te vermoeden dat het bouwproject van HPM zou worden doorverkocht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2eef8ab5566ae47f7a02ff40ed34cd6117f2d64a41083d981697a759764de55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2eef8ab5566ae47f7a02ff40ed34cd6117f2d64a41083d981697a759764de55, en de alinea staat in dat document op bytes 27455 tot 28531.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e2eef8ab5566ae47f7a02ff40ed34cd6117f2d64a41083d981697a759764de55 | shasum -a 256