Citaat | Rechtbank Utrecht 30 december 2009

Alinea 142 Rechtbank Utrecht 30 december 2009

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 30 december 2009, ECLI:NL:RBUTR:2009:BK8031.

[gedaagden] die betrekking hebben op het kettingbeding. [gedaagde sub2] stelt weliswaar terecht dat HPM het convenant voorafgaand aan de doorverkoop van de plannen reeds ontbonden had, maar de rechtbank acht het aannemelijk dat HPM en [eisers] bij nieuwe onderhandelingen -die als gevolg van de door [gedaagden] te ruim geformuleerde ontbindende voorwaarde niet hebben plaatsgevonden- opnieuw een kettingbeding over het terras van [eiser sub1], zoals dat was opgenomen in het (concept)convenant van 11 juni 2004, zouden zijn overeengekomen. Het is dus niet zo, zoals [gedaagden] stelt, dat een kettingbeding niets zou hebben uitgemaakt omdat HPM het convenant reeds voorafgaand aan de doorverkoop had ontbonden. [gedaagde sub2] stelt tevens terecht dat het onaannemelijk is dat HPM akkoord zou zijn gegaan met een bepaling in het convenant ter voorkoming van de doorverkoop van de bouwplannen zonder toestemming van [eisers]. Dit neemt echter niet weg dat het wel aannemelijk is dat HPM akkoord zou zijn gegaan met het opnemen van een kettingbeding in het convenant waardoor de koper van de bouwplannen gebonden zou zijn aan de met [eisers] gemaakte afspraken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2eef8ab5566ae47f7a02ff40ed34cd6117f2d64a41083d981697a759764de55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2eef8ab5566ae47f7a02ff40ed34cd6117f2d64a41083d981697a759764de55, en de alinea staat in dat document op bytes 40056 tot 41230.