Citaat | Rechtbank Utrecht 21 april 2010

Alinea 112 Rechtbank Utrecht 21 april 2010

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 21 april 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BM1877.

4.35. Betreffende de waarde van de woning overweegt de rechtbank dat er geen grond bestaat om de woning voor een bedrag van € 147.478,60 aan [gedaagde sub 1] toe te delen. Daartoe wordt verwezen naar hetgeen in 4.29. is overwogen. Voorts is de door [eiser] genoemde waarde van € 390.000,00 onvoldoende onderbouwd. Uitgangspunt dient immers te zijn de waarde van de woning ten tijde van de verdeling. Het tijdsverloop van meer dan vijf jaar na de taxatiedatum in 2005 en meer dan drie jaar na de datum waar de door [eiser] genoemde WOZ waarde op ziet is te groot om de waarde van de woning op deze gegevens te kunnen baseren. De rechtbank ziet dan ook aanleiding ter bepaling van de waarde van de woning een taxateur als deskundige te benoemen. De rechtbank zal de zaak verwijzen naar de rol om partijen in de gelegenheid te stellen hetzij in onderling overleg de waarde van de woning te bepalen, hetzij zich uit te laten over de persoon van de te benoemen makelaar en de aan hem te verstrekken opdracht. In dit verband overweegt de rechtbank dat tussen partijen niet in geschil is dat de waardering dient te geschieden in onbewoonde staat en vrij van huur. Partijen verschillen echter van mening over de wijze waarop de door [gedaagde sub 1] gerealiseerde verbouwing in de waardering van de woning dient te worden betrokken. [eiser] was aanvankelijk bereid de investering door [gedaagde sub 1] van € 40.000,00 in mindering te brengen op de vast te stellen waarde, maar is hiervan om hem moverende redenen hangende de procedure van teruggekomen. [gedaagde sub 1] stelt dat de waarde van de woning als gevolg van de door hem verrichte verbouwing is vermeerderd en wenst dat dit – ten gunste van hem – bij de waardering van de woning wordt betrokken. De rechtbank geeft partijen in overweging te trachten op dit punt in onderling overleg overeenstemming te bereiken over de wijze waarop de opdracht aan de taxateur dient te worden geformuleerd. Indien zij daarin niet slagen overweegt de rechtbank - overigens zonder dat thans reeds een oordeel wordt gegeven over de vraag of en zo ja op welke wijze de verbouwing in de waardebepaling dient te worden betrokken - dat de opdracht aan de makelaar in ieder geval zal inhouden dat de waarde wordt bepaald in de huidige staat en welke de waarde zou zijn geweest zonder de verbouwing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ef254cda599a3659620368fc7a45a8d8542240a5c2033c93ba1af5b5ddf3b08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ef254cda599a3659620368fc7a45a8d8542240a5c2033c93ba1af5b5ddf3b08, en de alinea staat in dat document op bytes 46682 tot 49031.