Citaat | Rechtbank Utrecht 21 april 2010
Alinea 113 Rechtbank Utrecht 21 april 2010
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 21 april 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BM1877.
4.36. De door [eiser] overgelegde nota's voor de vaste lasten, te weten de Onroerende Zaaksbelasting, het rioolrecht, de waterschapsbelasting en de premie voor de brandverzekering staan alle op naam van [E] dan wel op naam van de erven van [E]. De rechtbank acht het aannemelijk dat [eiser] zorg heeft gedragen voor betaling van deze nota's, maar zoals ook [gedaagden c.s.] heeft aangevoerd blijkt uit deze nota's niet of hij deze persoonlijk heeft voldaan, dan wel van een rekening tot welke de erfgenamen allen gerechtigd zijn, bijvoorbeeld de rekening die nog op naam van [E] staat en waartoe [eiser] gemachtigd is op grond van de overeenkomst van 1 november 2004, dan wel een rekening die op naam van de erven [E] staat. Nu [eiser] ter zitting naar voren heeft gebracht dat hij betalingsbewijzen kan overleggen zal de rechtbank de zaak naar de rol verwijzen teneinde hem in de gelegenheid stellen stukken over te leggen ten bewijze van zijn stelling dat de betalingen ten laste van hem persoonlijk zijn gedaan. Daarna mag [gedaagden c.s.] op de overgelegde stukken reageren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ef254cda599a3659620368fc7a45a8d8542240a5c2033c93ba1af5b5ddf3b08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ef254cda599a3659620368fc7a45a8d8542240a5c2033c93ba1af5b5ddf3b08, en de alinea staat in dat document op bytes 49051 tot 50143.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ef254cda599a3659620368fc7a45a8d8542240a5c2033c93ba1af5b5ddf3b08 | shasum -a 256