Citaat | Rechtbank Utrecht 21 april 2010
Alinea 32 Rechtbank Utrecht 21 april 2010
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 21 april 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BM1877.
2.2. [D] is op 17 juni 1976 overleden. Zijn testament bevatte een ouderlijke boedelverdeling op grond waarvan alle tot zijn nalatenschap behorende baten aan [E] zijn toegedeeld en de kinderen wegens overbedeling een vordering kregen op [E]. Tot de baten van de nalatenschap behoorden - onder meer - 22 verhuurde woonhuizen of een aandeel in deze woonhuizen. Volgens de akte van inventarisatie en scheiding en deling van de nalatenschap van [D] van 5 december 1979 bedroeg de waarde van diens nalatenschap ten tijde van zijn overlijden na aftrek van de schulden € 786.167,21 (f. 1.732.484,54). Aan ieder der erfgenamen kwam daarvan een vierde deel toe, waaruit volgt dat de kinderen ieder een vordering op [E] hadden van (na aftrek van de successierechten) € 186.541,80 (f. 411.967,23).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ef254cda599a3659620368fc7a45a8d8542240a5c2033c93ba1af5b5ddf3b08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ef254cda599a3659620368fc7a45a8d8542240a5c2033c93ba1af5b5ddf3b08, en de alinea staat in dat document op bytes 6321 tot 7124.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ef254cda599a3659620368fc7a45a8d8542240a5c2033c93ba1af5b5ddf3b08 | shasum -a 256