Citaat | Rechtbank Utrecht 21 april 2010

Alinea 61 Rechtbank Utrecht 21 april 2010

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 21 april 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BM1877.

4.1. De rechtbank ziet aanleiding alvorens in te gaan op de overige vorderingen van partijen, eerst haar oordeel te geven over het tussen partijen bestaande geschil over de vraag of [eiser] de nalatenschap van [E] zuiver dan wel beneficiair heeft aanvaard. Vaststaat dat [eiser] op 4 maart 2005 het appartement heeft verkocht. Hiermee heeft hij als “heer en meester” over de nalatenschap van [E] beschikt en zich gedragen als een erfgenaam die zuiver heeft aanvaard, als bedoeld in artikel 4:192 lid 1 BW. Met zijn stelling dat zijn daden niet als zodanig kunnen worden opgevat en hij, zoals hij [E] tijdens haar leven met raad en daad bijstond in financiële kwesties, ook thans heeft gemeend na haar overlijden de nalatenschap zo spoedig mogelijk op een correcte wijze af te wikkelen, miskent [eiser] dat de vermogensrechtelijke situatie met het overlijden van [E] is veranderd. Haar vermogen is thans immers een gemeenschap waarin de erfgenamen deelgenoten zijn, zodat hij niet langer kan optreden als adviseur van [E]. De stelling van [eiser] dat hem eerst later duidelijk is geworden dat hij niet tot deze handelingen bevoegd was, kan daar niet aan afdoen. Dit nog daargelaten dat hij met zijn onbevoegdheid bekend kon zijn, nu hij niet heeft betwist dat notaris van Alten bij brief van 17 februari 2005, dus voor de datum dat de koopovereenkomst werd gesloten, aan hem heeft meegedeeld dat geen van de erfgenamen bevoegd was over de nalatenschap te beschikken. Ingevolge artikel 4:190 lid 4 BW is een eenmaal gedane keuze onherroepelijk. De omstandigheid dat het in dit geval niet gaat om een expliciete verklaring, maar om een gedraging waaruit zuivere aanvaarding blijkt, maakt dit niet anders. Het betoog van [eiser] dat hij, als gevolg van de beneficiaire aanvaarding van [gedaagden c.s.], geacht moet worden beneficiair te hebben aanvaard treft dan ook geen doel. De verklaring van notaris Stockman van 25 januari 2006 waarin is opgenomen dat [eiser] beneficiair heeft aanvaard kan evenmin afdoen aan zijn eerste, uit zijn daden blijkende, keuze van zuivere aanvaarding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ef254cda599a3659620368fc7a45a8d8542240a5c2033c93ba1af5b5ddf3b08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ef254cda599a3659620368fc7a45a8d8542240a5c2033c93ba1af5b5ddf3b08, en de alinea staat in dat document op bytes 15184 tot 17284.