Citaat | Rechtbank Utrecht 21 april 2010
Alinea 79 Rechtbank Utrecht 21 april 2010
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 21 april 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BM1877.
4.15. [gedaagde sub 1 in conventie] wijst erop dat het saldo van de effectenrekening op 30 juni 1999 nog € 163.788,63 bedroeg. Uit een op 1 november 2004 door [E] ondertekende “overeenkomst gemeenschappelijke rekening” is [eiser in conventie] mede tekeningsbevoegd voor deze rekening en is door de bank zijn huisadres als correspondentieadres gebruikt. Ten tijde van de ondertekening van de overeenkomst was [E] opgenomen in het [verpleegadres]. [eiser in conventie] kon beschikken over de dagafschriften van deze rekening. Volgens [gedaagde sub 1 in conventie] dient hij rekening en verantwoording af te leggen vanaf 30 juni 1999, dan wel tot een nader door de rechtbank te bepalen datum, tot op heden dan wel de datum waarop de rekening is opgeheven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ef254cda599a3659620368fc7a45a8d8542240a5c2033c93ba1af5b5ddf3b08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ef254cda599a3659620368fc7a45a8d8542240a5c2033c93ba1af5b5ddf3b08, en de alinea staat in dat document op bytes 26514 tot 27285.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ef254cda599a3659620368fc7a45a8d8542240a5c2033c93ba1af5b5ddf3b08 | shasum -a 256