Citaat | Rechtbank Utrecht 21 april 2010

Alinea 83 Rechtbank Utrecht 21 april 2010

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 21 april 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BM1877.

1. In de periode van 1981 tot 2003 van de ten name van [E] gestelde rekeningnummers [rekeningnr] bij de [bank] (hierna: de [bank] rekening) en [bankrekeningnr] bij de [bank] (hierna: de [bank]rekening), tot welke rekeningen [eiser in conventie] gemachtigd was dan wel op andere wijze over kon beschikken, zijn bedragen overgemaakt naar de rekening van [eiser in conventie]. Voorts zijn in die periode van de derdengeldenrekening van een tweetal notariskantoren opbrengsten uit de verkoop van tot de nalatenschap van [D] en het vermogen van [E] behorende onroerende zaken overgemaakt naar bankrekeningen van [eiser in conventie]. Voor deze betalingen van in totaal € 561.288,50 (f. 1.236.917,08) aan [eiser in conventie] bestond volgens [gedaagde sub 1 in conventie] geen rechtsgrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ef254cda599a3659620368fc7a45a8d8542240a5c2033c93ba1af5b5ddf3b08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ef254cda599a3659620368fc7a45a8d8542240a5c2033c93ba1af5b5ddf3b08, en de alinea staat in dat document op bytes 28363 tot 29162.