Citaat | Rechtbank Utrecht 21 april 2010

Alinea 86 Rechtbank Utrecht 21 april 2010

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 21 april 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BM1877.

4. [E] heeft ten behoeve van een aan [eiser in conventie] verstrekte hypothecaire geldlening ten bedrage van € 363.024,17 (f. 800.00,00 ) tegen een rente van 8,25 % per jaar, een recht van eerste hypotheek verleend op een groot aantal tot de nalatenschap van [D] en het vermogen van [E] behorende onroerende zaken. (Een deel) van de aflossing van de hypothecaire geldlening en de daarover verschuldigde rente is voldaan uit de opbrengst van de verkoop van bovenbedoelde tot de nalatenschap van [D] en het vermogen van [E] behorende onroerende zaken. Hiermee heeft [eiser in conventie] bedragen aan de nalatenschap van [D] en het vermogen van [E] onttrokken en ten eigen nutte aangewend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ef254cda599a3659620368fc7a45a8d8542240a5c2033c93ba1af5b5ddf3b08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ef254cda599a3659620368fc7a45a8d8542240a5c2033c93ba1af5b5ddf3b08, en de alinea staat in dat document op bytes 29868 tot 30570.