Citaat | Rechtbank Utrecht 21 april 2010
Alinea 89 Rechtbank Utrecht 21 april 2010
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 21 april 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BM1877.
4.18. [eiser in conventie] heeft gemotiveerd betwist dat de door [gedaagde sub 1 in conventie] genoemde overmakingen en transacties zonder rechtsgrond waren. De transacties zijn alle vr 2003 verricht, zodat gelet op hetgeen in 4.10. is overwogen moet worden aangenomen dat de betalingen en opnames van de bankrekeningen met instemming van [E] zijn verricht. Het staat haar daarbij vrij om een kind een voordeel te gunnen of bepaalde betalingen ten behoeve van hem te verrichten waaronder bijvoorbeeld, zoals [eiser in conventie] naar voren heeft gebracht, betaling van de kosten van zijn rechtsbijstand. De vordering van [eiser in reconventie] dat [eiser in conventie] de bedragen, die door afschrijvingen of opnames van de bankrekeningen aan hem ten goede zijn gekomen, aan de nalatenschap vergoedt kan dan ook niet worden toegewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ef254cda599a3659620368fc7a45a8d8542240a5c2033c93ba1af5b5ddf3b08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ef254cda599a3659620368fc7a45a8d8542240a5c2033c93ba1af5b5ddf3b08, en de alinea staat in dat document op bytes 31102 tot 31951.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ef254cda599a3659620368fc7a45a8d8542240a5c2033c93ba1af5b5ddf3b08 | shasum -a 256