Citaat | Rechtbank Utrecht 21 april 2010

Alinea 94 Rechtbank Utrecht 21 april 2010

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 21 april 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BM1877.

4.21. Betreffende de hypothecaire geldlening ad € 249,125,34 heeft [eiser in conventie] aangevoerd dat in de financiële jaaroverzichten ten name van [E] in 1978 voor het eerst een post voorkomt onder de naam: “Hypotheken [F]” met een bedrag van f 175.000,00. Deze omschrijving komt regelmatig voor in de jaarverslagen en de post groeit in het overzicht van 2000 aan tot een bedrag van f 549.000,00. Het betreft hier volgens [eiser in conventie] echter een puur fiscale constructie waartegenover geen daadwerkelijke lening staat. Er werden door [E] grote contante uitgaven gedaan, die onder meer verband hielden met betalingen aan aannemers en andere werklieden die het achterstallig onderhoud van de verhuurde panden moesten herstellen terwijl ook in verband met de kraakproblemen vele betalingen zijn gedaan. Deze betalingen werden geboekt als privé-opnamen, maar daarmee werd de opname veel te hoog om op een behoorlijke wijze aan de fiscus te kunnen verantwoorden. Om die reden is destijds gekozen voor een zodanige constructie dat sprake zou zijn van een lening aan [eiser in conventie]. Naarmate de opnamen en overboekingen aan hem groeiden, groeide ook deze “lening” aan. Volgens [eiser in conventie] is er geen sprake van een geldlening zodat hij niet tot betaling van het betreffende bedrag, vermeerderd met rente, is gehouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ef254cda599a3659620368fc7a45a8d8542240a5c2033c93ba1af5b5ddf3b08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ef254cda599a3659620368fc7a45a8d8542240a5c2033c93ba1af5b5ddf3b08, en de alinea staat in dat document op bytes 33227 tot 34587.