Citaat | Rechtbank Utrecht 21 april 2010

Alinea 98 Rechtbank Utrecht 21 april 2010

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 21 april 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BM1877.

4.24. [eiser in conventie] betwist dat [E] ten tijde van de koop niet in staat zou zijn haar wil te bepalen. Het transport van de panden is tot stand gekomen op 8 april 2003, maar is het gevolg van een jarenlang overleg met [E] over de afwikkeling van een grote belastingschuld die in de daarvoor liggende jaren is ontstaan. Gedurende deze hele periode en ook op het moment dat de transportakte door de notaris werd verleden was [E] in staat om ten aanzien van deze transactie haar wil te bepalen. Het transport is tot stand gekomen door middel van een schriftelijke volmacht van [E], die enkele weken voor het transport door haar bij de notaris is getekend en ook door deze is gelegaliseerd. [eiser in conventie] wijst erop dat ook de notaris kennelijk in de opname van [E] in het verpleeghuis geen aanleiding heeft gezien om het transport te weigeren. Voorts voert hij aan dat het uitgangspunt van het totaalbedrag van € 429.492,00 waarvoor de huizen aan hem zijn verkocht de jaarlijkse huurprijzen van de woning vermenigvuldigd met een factor 14 was. Dit totaalbedrag is bewust laag gehouden om zoveel mogelijk overdrachtsbelasting te besparen. Om die reden is in de akte al opgenomen dat er een voorbehoud gemaakt wordt indien de fiscus met de opgenomen verkoopprijs niet akkoord zou gaan. De fiscus heeft deze prijs echter redelijk geacht. Bovendien waren volgens [eiser in conventie] veel van de panden van slechte kwaliteit en was er sprake van onderhoudsachterstand. Het waren alle huurpanden die (ook vanwege de onderhoudsachterstand) weinig huur opbrachten. Uit de overeenkomst blijkt dat de koopsom zal worden voldaan door schuldoverneming door [eiser in conventie] van alle openstaande belastingaanslagen ten laste van [E], terwijl ook is opgenomen dat hij gebonden zal zijn aan een eventuele wijziging van de opgave van de fiscus in een later stadium. Daarmee heeft hij ook het risico van een nog grotere schuld aanvaard. Uit de overgelegde lijst van belastingschulden van 26 januari 2000 en de aanvullende brief van de accountant van 15 augustus 2000 blijkt dat [eiser in conventie] een veel hoger bedrag dan € 429.492,00 heeft betaald. Met deze verkoop aan hem is volgens [eiser] openbare verkoop van de woningen met een veel lagere opbrengst voorkomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ef254cda599a3659620368fc7a45a8d8542240a5c2033c93ba1af5b5ddf3b08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ef254cda599a3659620368fc7a45a8d8542240a5c2033c93ba1af5b5ddf3b08, en de alinea staat in dat document op bytes 36613 tot 38898.