Citaat | Rechtbank Utrecht 31 mei 2010

Alinea 53 Rechtbank Utrecht 31 mei 2010

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 31 mei 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BM6803.

4.6 Relevant is voorts dat niet is gebleken dat Albron op enig eerder moment aanleiding heeft gezien om [eiser] aan te spreken op en consequenties te verbinden aan de door [eiser] in de media gedane uitlatingen over Heineken dan wel over haarzelf, terwijl zij onvoldoende betwist heeft hetgeen [eiser] stelt, te weten dat hij de afgelopen jaren meerdere malen in de landelijke pers en in vakbladen is verschenen, dat Albron hiervan ook op de hoogte was en meerdere malen inhoudelijk op publicaties van [eiser] heeft gereageerd. De onder 2.8 en 2.9 genoemde interviews waren derhalve kennelijk de eerste media-uitingen van [eiser], waarbij Albron van mening was dat hij schade aan haar toebracht en de grenzen van goed werknemerschap overschreed. Zij heeft er naar aanleiding van deze artikelen niet voor gekozen om hierover met [eiser] in gesprek te gaan en hem te kennen te geven dat hij hiermee in haar visie de grenzen van goed-werknemerschap heeft overschreden, maar is er direct toe overgegaan [eiser] te ontzeggen zijn werkzaamheden als cateringmedewerker en als lid van de Ondernemingsraad te verrichten. Gelet op de inhoud van de artikelen, acht de kantonrechter, zoals hiervoor reeds is overwogen, het direct opleggen van deze verstrekkende maatregel disproportioneel. Dat geldt temeer nu Albron op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt dat er een noodzaak bestond om [eiser] niet tot zijn werk toe te laten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b7652c396c06f0b6364cf6c4251159968e4359c1b93c71ecbeded6b56d318158. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b7652c396c06f0b6364cf6c4251159968e4359c1b93c71ecbeded6b56d318158, en de alinea staat in dat document op bytes 22983 tot 24420.