Citaat | Rechtbank Utrecht 23 juni 2010

Alinea 85 Rechtbank Utrecht 23 juni 2010

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 23 juni 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BM9448.

3.2. Ter onderbouwing van zijn vorderingen stelt [eiser] dat [gedaagde] onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld. Daartoe voert [eiser] aan dat door het plaatsen van uitlatingen als ‘schuldig aan fraude, mishandeling, het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, het achterlaten van een hulpbehoevende in nood en doodslag c.q. moord op termijn’ op het internet [eiser] zonder redelijke grond van zeer ernstige misdrijven wordt beschuldigd. De gewraakte uitlatingen zijn disproportioneel, zijn aan te merken als smaad(schrift) en tasten de eer en goede naam van [eiser] aan. Bovendien worden de uitlatingen geplaatst op een website die de naam van [eiser] draagt, zonder dat toestemming is gegeven voor het gebruik van de naam van [eiser].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be8ac11345c7500ec522b9bd6e1a57a9022d4e7b1972f6fc3c1b6459622e65b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be8ac11345c7500ec522b9bd6e1a57a9022d4e7b1972f6fc3c1b6459622e65b4, en de alinea staat in dat document op bytes 17632 tot 18386.