Citaat | Rechtbank Utrecht 23 juni 2010

Alinea 90 Rechtbank Utrecht 23 juni 2010

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 23 juni 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BM9448.

4.2. [eiser] heeft aangevoerd dat onderhavige procedure ziet op uitlatingen gedaan op de website [website] en derhalve niet als uitwerking van de website van SIN-NL kan worden aangemerkt. Dat [eiser] tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 25 september 2009 niet in hoger beroep is gekomen doet daarom in dit kader niet ter zake. Verder heeft [eiser] aangevoerd dat hij heeft gewacht met het starten van een gerechtelijke procedure, omdat hij hoopte en trachtte in der minne tot een oplossing te komen. Toen dit niet mogelijk bleek en de website [website] gehandhaafd bleef, heeft [eiser] de onderhavige procedure aangespannen. [eiser] stelt zich op het standpunt dat hij (reputatie- en immateriële)schade ondervindt en derhalve spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorlopige voorzieningen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be8ac11345c7500ec522b9bd6e1a57a9022d4e7b1972f6fc3c1b6459622e65b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be8ac11345c7500ec522b9bd6e1a57a9022d4e7b1972f6fc3c1b6459622e65b4, en de alinea staat in dat document op bytes 19405 tot 20224.