Citaat | Rechtbank Utrecht 23 juni 2010
Alinea 91 Rechtbank Utrecht 23 juni 2010
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 23 juni 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BM9448.
4.3. Bij de beoordeling van de vraag of [eiser] voldoende spoedeisend belang heeft bij zijn vorderingen in de zin van artikel 254 Rv wordt het volgende vooropgesteld. Op grond van vaste jurisprudentie geldt dat, indien in kort geding een voorziening wordt gevraagd die ertoe strekt een einde te maken aan, als stelselmatige inbreuk op een subjectief recht aan te merken handelingen waarvan de eisende partij doorlopend schade ondervindt, het alleszins voor de hand ligt dat deze partij een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. De enkele omstandigheid dat de eisende partij geruime tijd heeft laten verlopen voordat zij in kort geding een tot het verkrijgen van een verbod van de gewraakte handelingen strekkende vordering instelde, behoeft de kortgedingrechter er niet van te weerhouden aan te nemen dat een spoedeisend belang bij de vordering bestaat (vgl. HR 29 juni 2001, NJ 2001, 602). Dit toetsingskader in acht genomen, wordt voorshands geoordeeld dat [eiser] voldoende spoedeisend belang heeft bij zijn vorderingen, aangezien er een voortdurende situatie bestaat waarin [gedaagde] volgens [eiser] de eer en goede naam van [eiser] aantast door feitelijk onjuiste en onnodig grievende uitlatingen op internet te plaatsen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be8ac11345c7500ec522b9bd6e1a57a9022d4e7b1972f6fc3c1b6459622e65b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be8ac11345c7500ec522b9bd6e1a57a9022d4e7b1972f6fc3c1b6459622e65b4, en de alinea staat in dat document op bytes 20263 tot 21513.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be8ac11345c7500ec522b9bd6e1a57a9022d4e7b1972f6fc3c1b6459622e65b4 | shasum -a 256