Citaat | Rechtbank Utrecht 23 juni 2010
Alinea 92 Rechtbank Utrecht 23 juni 2010
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 23 juni 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BM9448.
Ook de omstandigheid dat [eiser] geen hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 25 september 2009 is onvoldoende om de conclusie te kunnen dragen dat sprake is van rechtsverwerking aan de zijde van [eiser]. De voorzieningenrechter weegt daarbij met name mee dat het een procedure in kort geding betrof, ten aanzien waarvan de mogelijkheid om een zogenaamde bodemprocedure te starten nog immer open staat. Bovendien is de voorzieningenrechter voorshands met [eiser] van oordeel dat onderhavige vorderingen betrekking hebben op uitingen van een geheel andere aard en voorshands niet zijn te kwalificeren als (slechts) forse kritiek op de handelwijze van [eiser], zodat zij niet zijn te beschouwen als een uitwerking van hetgeen op grond van het vonnis van 25 september 2009 toegestaan zou zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be8ac11345c7500ec522b9bd6e1a57a9022d4e7b1972f6fc3c1b6459622e65b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be8ac11345c7500ec522b9bd6e1a57a9022d4e7b1972f6fc3c1b6459622e65b4, en de alinea staat in dat document op bytes 21521 tot 22362.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be8ac11345c7500ec522b9bd6e1a57a9022d4e7b1972f6fc3c1b6459622e65b4 | shasum -a 256