Citaat | Rechtbank Utrecht 18 augustus 2010
Alinea 35 Rechtbank Utrecht 18 augustus 2010
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 18 augustus 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BN5864.
2.2 [eiseres] stelt daartoe dat [gedaagde] van 1 februari 2003 tot medio 2009 als sales medewerker werkzaam is geweest bij [eiseres] en dat hij uit hoofde van zijn functie veel contact had met (potentiële) klanten van [eiseres] en dat hij middels de software Lotus Notes toegang had tot alle gegevens met betrekking tot die klanten door middel van zijn kantoorlaptop en mobiele internetverbinding. Deze laptop bood met mobiele internetverbinding toegang tot een groot deel van de bestanden van [eiseres]. [gedaagde] is op 17 juni 2009 op non-actief gesteld. Ongeveer een week daarvoor is door medewerkers van [eiseres] geconstateerd dat hij veelvuldig gebruik maakte van een eigen USB-Stick. Dit viel op omdat bij [eiseres] de volledige bedrijfsadministratie via een centraal computersysteem in Lotus Notes plaatsvindt, dat bovendien mobiel te bereiken is. Gebruik van USB-sticks is dus absoluut niet nodig. [eiseres] heeft vervolgens opdracht gegeven om de inhoud van de USB-stick te kopiëren, waarna er werd geconstateerd dat [gedaagde] grote hoeveelheden bedrijfsgegevens op zijn USB stick had opgeslagen. Dit betroffen onder andere technische (concept) ontwerptekeningen voor enkele klanten van [eiseres], alsmede offertes, productspecificaties, werkaantekeningen voor nieuwe ontwerpen, folders en presentaties van [eiseres]. Dit zijn stukken die [gedaagde] niet nodig had voor zijn werkzaamheden. [eiseres] vermoedt dat [gedaagde] grote delen van de administratie en zeer veel werken waarop [eiseres] rechthebbende is voor zichzelf heeft gekopieerd. Bovendien werd op de USB-stick een schaduwadministratie aangetroffen. In deze schaduwadministratie zijn werkgerelateerde door [gedaagde] opgestelde documenten aangetroffen – zoals gesprekverslagen met klanten met daarin gemaakte afspraken, overzichten van in het kader van projecten te ondernemen acties, planningen en diverse andere werkaantekeningen – die niet in het systeem van [eiseres] zijn opgeslagen. De door [gedaagde] aangelegde schaduwadministratie en alle overige door hem onder zich gehouden stukken zijn voor iedere concurrent van [eiseres] van (zeer) grote waarde en het is in het vitale belang van [eiseres] dat de op deze USB-stick opgeslagen informatie geheim blijft. De vrees bestaat dat [gedaagde] de (inhoud van) deze USB stick heeft laten of zal laten uitlekken naar derden. Verder bestaat het vermoeden dat [gedaagde] al gegevens heeft doorgespeeld aan één of meer van de concurrenten van [eiseres], althans daartoe de intentie heeft gehad. Op de USB-stick is ook een map genaamd 'HGG' aangetroffen met daarin diverse bestanden waaronder een storyboard voor een productvideo over de HGG ProCutter. Dit storyboard is in de huisstijl van [eiseres] door [gedaagde] opgemaakt. HGG is een directe concurrent van [eiseres]. De vrees bestaat bij [eiseres] dan ook dat [gedaagde], al dan niet in opdracht van HGG of van andere concurrenten, haar al dan niet door intellectuele eigendomsrechten beschermde bedrijfsgeheimen heeft gestolen en deze aan HGG of aan andere concurrenten ter beschikking heeft gesteld of aan HGG of andere concurrenten heeft aangeboden. Daarnaast bestaan er sterke aanwijzingen dat [gedaagde] probeert of heeft geprobeerd om [eiseres] bij haar klanten zwart te maken door valse geruchten te verspreiden over de financiële positie van [eiseres]. Zowel een Australische klant als een Indiase klant hebben aan [eiseres] te kennen gegeven dat zij geruchten hebben gehoord over de beweerdelijk slechte financiële situatie bij [eiseres]. De Indiase klant heeft een zogenaamd krantenbericht ontvangen van een partij wiens naam zij niet wil noemen. De Australische klant heeft te kennen gegeven dat zij van 'one of the sales guys' heeft gehoord dat de financiële situatie bij [eiseres] slecht zou zijn. Toen [gedaagde] nog werkzaam was als sales manager bij [eiseres] was hij verantwoordelijk voor de klanten in Australië. [gedaagde] heeft kennis van de betreffende klant en de juiste contactpersoon. [eiseres] heeft voorheen nooit last gehad van dergelijke geruchten. Deze zijn ontstaan nadat [gedaagde] was ontslagen. Daarbij komt dat [eiseres] zich op een heel specialistische en internationale markt begeeft, waarvan de betrokken ondernemingen en juiste contactpersonen slechts bij een klein groepje mensen bekend zijn. Dat dergelijke geruchten toch deze ondernemingen weten te bereiken en bovendien op het moment dat [gedaagde] net is ontslagen, is dan ook wel een (te) erg toevallige samenloop van omstandigheden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfc174eb0533e5524f0d62d3c01ab23ef02ec8ef12099edae95c33fb7dada139. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfc174eb0533e5524f0d62d3c01ab23ef02ec8ef12099edae95c33fb7dada139, en de alinea staat in dat document op bytes 7477 tot 12009.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfc174eb0533e5524f0d62d3c01ab23ef02ec8ef12099edae95c33fb7dada139 | shasum -a 256