Citaat | Rechtbank Utrecht 18 augustus 2010
Alinea 75 Rechtbank Utrecht 18 augustus 2010
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 18 augustus 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BN5864.
3.9 Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiseres] het bestaan van de bescheiden zoals opgenomen onder de eerste 4 gedachtenstreepjes onder A voldoende aannemelijk gemaakt en voldoende concreet aangeduid. Daarbij overweegt de rechtbank dat [gedaagde] het bestaan van deze documenten ook niet expliciet heeft betwist. [gedaagde] heeft enkel een verklaring gegeven voor het aantreffen van de bestanden en de schaduwadministratie op zijn USB-stick. Hij heeft gesteld dat hij vaak vanuit huis buiten kantooruren contact had met klanten over de hele wereld en dat hij dan over de meest actuele gegevens diende te beschikken. Daarom zette hij aan het einde van een kantoorwerkdag gegevens over op een USB-stick om ze thuis zonodig op te laden. De schaduwadministratie hield hij bij omdat hij van mening is dat hij beter functioneert door naast het systeem van zijn werkgever ook zelf aantekeningen te houden van hetgeen hij ten behoeve van zijn werk doet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfc174eb0533e5524f0d62d3c01ab23ef02ec8ef12099edae95c33fb7dada139. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfc174eb0533e5524f0d62d3c01ab23ef02ec8ef12099edae95c33fb7dada139, en de alinea staat in dat document op bytes 25750 tot 26716.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfc174eb0533e5524f0d62d3c01ab23ef02ec8ef12099edae95c33fb7dada139 | shasum -a 256