Citaat | Rechtbank Utrecht 18 augustus 2010

Alinea 92 Rechtbank Utrecht 18 augustus 2010

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 18 augustus 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BN5864.

3.19 De reconventionele incidentele vordering van [gedaagde] tot opheffing van het beslag wordt daarom afgewezen, met veroordeling van [gedaagde], als verliezende partij, in de proceskosten aan de zijde van [eiseres]. Aangezien [eiseres] ook in reconventie proceskostenvergoeding overeenkomstig artikel 1019h Rv vordert zal de rechtbank de beslissing omtrent de hoogte van de proceskosten kosten in de reconventionele vordering aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfc174eb0533e5524f0d62d3c01ab23ef02ec8ef12099edae95c33fb7dada139. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfc174eb0533e5524f0d62d3c01ab23ef02ec8ef12099edae95c33fb7dada139, en de alinea staat in dat document op bytes 35040 tot 35534.