Citaat | Rechtbank Utrecht 15 december 2010

Alinea 82 Rechtbank Utrecht 15 december 2010

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 15 december 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BO7428.

4.2. [eiseres sub 1] c.s. vordert op grond van onrechtmatige daad vergoeding van de gehele schade, zijnde de kosten van juridische bijstand voor zover deze de toegekende forfaitaire vergoedingen overstijgen. De kosten waarvan zij vergoeding vordert, betreffen de door haar advocaat verrichte werkzaamheden in het kader van het indienen van de zienswijzen (de voorbereidingsfase), het bezwaar en de voorlopige voorziening. Het betreft schade als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 en onder c van het Burgerlijk Wetboek (BW) in samenhang met artikel 241 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8dff879d611277fcd08ef846de43b533a216a208072674029ebf40526848d9f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8dff879d611277fcd08ef846de43b533a216a208072674029ebf40526848d9f4, en de alinea staat in dat document op bytes 23984 tot 24598.