Citaat | Rechtbank Utrecht 15 december 2010
Alinea 99 Rechtbank Utrecht 15 december 2010
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 15 december 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BO7428.
4.7. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat van bijzondere omstandigheden als bedoeld in HR 17 december 2004, AB 2005, 111 geen sprake is. Bij gebreke hiervan kan de vordering strekkende tot een bovenforfaitaire vergoeding van de proceskosten in geen geval voor toewijzing in aanmerking komen. Dit betekent dat [eiseres sub 1] c.s. in haar vordering – voor zover deze betrekking heeft op de kosten voor het bezwaar en de voorlopige voorziening – niet ontvankelijk verklaard moet worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8dff879d611277fcd08ef846de43b533a216a208072674029ebf40526848d9f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8dff879d611277fcd08ef846de43b533a216a208072674029ebf40526848d9f4, en de alinea staat in dat document op bytes 32046 tot 32566.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8dff879d611277fcd08ef846de43b533a216a208072674029ebf40526848d9f4 | shasum -a 256