Citaat | Rechtbank Utrecht 26 januari 2011

Alinea 64 Rechtbank Utrecht 26 januari 2011

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 26 januari 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BP2168.

2.17. De rechtbank is van oordeel dat een dergelijk voordeel voor [eisers] met betrekking tot het niet ongedaan maken van de overdracht in beginsel op het door [eisers] geleden nadeel in mindering moet worden gebracht. Het bepaalde in artikel 3:53 lid 2 BW duidt erop dat aan [eisers] pas een vergoeding toekomt indien hij door het niet terugdraaien van de transactie benadeeld wordt, en [gedaagde] daardoor bevoordeeld wordt. De rechtbank acht in beginsel redelijk dat, waar [eisers] bij het terugdraaien van de transactie een melkquotum zou ontvangen dat vele malen minder waard is geworden, terwijl hij daartegenover de hogere koopprijs aan [gedaagde] zou moeten terugbetalen, het voordeel dat [eisers] leidt doordat dat terugdraaien niet hoeft plaats te vinden wordt verdisconteerd met het nadeel dat hij dientengevolge lijdt. Anders gezegd, [eisers] mag nu de hogere koopprijs behouden terwijl hij anders (bij volledige werking van de vernietiging) een melkquotum met een lagere waarde zou hebben teruggekregen. Het voorgaande betekent dat pas wanneer [eisers] een nadeel lijdt dat hoger is dan het voordeel, een bedrag terzake van de overdracht van het melkquotum toewijsbaar is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/594e87aaf30ed0aa262d8599a8b00e6b0df84268c7e2fab1ba60537df75ada70. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 594e87aaf30ed0aa262d8599a8b00e6b0df84268c7e2fab1ba60537df75ada70, en de alinea staat in dat document op bytes 16396 tot 17595.