Citaat | Rechtbank Utrecht 26 januari 2011

Alinea 82 Rechtbank Utrecht 26 januari 2011

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 26 januari 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BP2168.

2.34. [gedaagde] heeft het beroep op artikel 6:278 BW onderbouwd met de stelling dat het voor [eisers] ten tijde van het inroepen van de vernietiging bij brief van 5 april 2001 althans ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding op 12 juli 2001 volstrekt duidelijk was dat de waarde van de verkochte bedrijfsgebouwen zou toenemen als gevolg van investeringen ter plekke. Indien op die data geen forse waardestijging viel te voorzien, was vernietiging van de koopovereenkomst voor [eisers] buitengewoon onaantrekkelijk geweest. [gedaagde] had immers een koopprijs voor de onroerende zaak voldaan die de waarde van deze zaken, blijkens het deskundigenbericht van Wennekes, met een bedrag van fl. 160.000,-- overtrof. Vernietiging zonder waardestijging zou betekenen dat [eisers] dit voordeel weer zou moeten afstaan, aldus [gedaagde].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/594e87aaf30ed0aa262d8599a8b00e6b0df84268c7e2fab1ba60537df75ada70. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 594e87aaf30ed0aa262d8599a8b00e6b0df84268c7e2fab1ba60537df75ada70, en de alinea staat in dat document op bytes 25790 tot 26639.