Citaat | Rechtbank Utrecht 2 februari 2011

Alinea 39 Rechtbank Utrecht 2 februari 2011

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 2 februari 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BP2283.

4.2. Voorop gesteld wordt, dat uit de per 1 januari 2008 in werking getreden wijziging van de overgangsregeling van artikel 38 lid 2 aanhef en onder b Wet LB 1964 voor Postkantoren niet de verplichting voortvloeide om de prepensioenuitkeringen van [eiser] daarna nog slechts voor 50% te herrekenen. Blijkens de toelichting op het amendement Vendrik van 21 november 2007 strekte de voorgestelde wijziging ertoe de voorwaarde (van actuariële herrekening) voor het buiten toepassing blijven van de eindheffing van het (nieuwe) artikel 32ba Wet LB 1964 te versoepelen: ‘Door sociale partners is (-) verzocht om iets meer flexibiliteit onder de randvoorwaarde dat langer doorwerken blijft lonen. Daartoe dient de minimumvereiste van 50% in het amendement. (-) Het amendement is aldus bevorderlijk voor het draagvlak onder de overgangsregeling, omdat sociale partners een afgebakende ruimte krijgen voor sector-specifieke oplossingen. De verantwoordelijkheid voor de precieze invulling en toepassing van het overgangsrecht komt da(a)rmee meer bij werkgevers en werknemers te liggen, terwijl de grondgedachte van de overgangsregeling - langer doorwerken moet lonen - van kracht blijft.’ Op grond hiervan was het aan Postkantoren om te beslissen hoe - en vanaf wanneer - zij de uitkeringen van haar geprepensioneerden anders zou herrekenen dan zij tevoren had gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7aed9cc55c81e74913dd7e7d45bef8ff5ede7f22d9e590b4ac4ad3dafc582191. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7aed9cc55c81e74913dd7e7d45bef8ff5ede7f22d9e590b4ac4ad3dafc582191, en de alinea staat in dat document op bytes 14264 tot 15642.