Citaat | Rechtbank Utrecht 2 februari 2011
Alinea 40 Rechtbank Utrecht 2 februari 2011
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 2 februari 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BP2283.
4.3. Vervolgens is de vraag of Postkantoren van deze beslissingsruimte gebruik heeft mogen maken door de ‘oprenting’ zonder voorafgaand overleg met [eiser] per 1 september 2008 te halveren. Bij de beantwoording van deze vraag kan in het midden blijven of tussen partijen uitdrukkelijk is overeengekomen dat [eiser] aanspraak kon (blijven) maken op volledige actuariële herrekening van zijn prepensioen. Vast staat immers dat Postkantoren er in 2006 voor heeft gekozen om, teneinde te kunnen profiteren van de fiscale faciliteiten, de uitkeringen van haar geprepensioneerden die na de vroegst mogelijke ingangsdatum van hun prepensioen hebben doorgewerkt, volledig te herrekenen. Aldus is deze wijze van actuariële herrekening gaan behoren tot de arbeidsvoorwaarden van [eiser], op de naleving waarvan hij voorshands mocht rekenen. Dit betekende weliswaar niet dat Postkantoren in de gekozen wijze van uitvoering van de CAO-regeling nimmer verandering zou mogen brengen, maar bracht wel mee dat zij òfwel daarvoor de instemming van [eiser] behoefde, òfwel bij een eenzijdige wijziging aan de daarvoor gegeven toets diende te voldoen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7aed9cc55c81e74913dd7e7d45bef8ff5ede7f22d9e590b4ac4ad3dafc582191. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7aed9cc55c81e74913dd7e7d45bef8ff5ede7f22d9e590b4ac4ad3dafc582191, en de alinea staat in dat document op bytes 15662 tot 16820.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7aed9cc55c81e74913dd7e7d45bef8ff5ede7f22d9e590b4ac4ad3dafc582191 | shasum -a 256