Citaat | Rechtbank Utrecht 2 februari 2011

Alinea 41 Rechtbank Utrecht 2 februari 2011

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 2 februari 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BP2283.

4.4. Postkantoren heeft zich niet beroepen op een eenzijdige wijzigingsbeding, als bedoeld in artikel 7:613 BW. Nu niet is gesteld of gebleken dat zij zich schriftelijk de bevoegdheid tot eenzijdige wijziging van arbeidsvoorwaarden heeft voorbehouden, doet zich niet de situatie voor dat Postkantoren, weliswaar met inachtneming van de beperkingen die artikel 7:613 BW ter bescherming van de werknemer(s) stelt, arbeidsvoorwaarden eenzijdig mocht wijzigen, ongeacht de omstandigheden die daartoe aanleiding gaven (vgl. r.o. 3.3.3. van het arrest Stoof/Mammoet). [eiser] was daarom in beginsel niet gehouden de wijziging in de herrekening van zijn prepensioen te aanvaarden. Daarover diende Postkantoren in beginsel met hem overeenstemming te (trachten te) bereiken. In dat verband zijn de voor partijen als werkgever en werknemer over en weer uit artikel 7:611 BW voortvloeiende verplichtingen van belang. Aan deze wetsbepaling heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 26 juni 1998 NJ 1998,767 (Van der Lely/Taxi Hofman) de maatstaf ontleend dat de werknemer op redelijke voorstellen van de werkgever positief behoort in te gaan, tenzij dit redelijkerwijs niet van hem kan worden gevergd. Zoals de Hoge Raad in het arrest Stoof/Mammoet heeft benadrukt, dient bij de hantering van deze maatstaf in de eerste plaats te worden onderzocht of de werkgever in de gewijzigde omstandigheden als goed werkgever aanleiding heeft kunnen vinden tot het doen van een voorstel tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden, en of het door hem gedane voorstel redelijk is. In dat kader moeten alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen, waaronder de aard van de gewijzigde omstandigheden die tot het voorstel aanleiding hebben gegeven en de aard en ingrijpendheid van het gedane voorstel, alsmede - naast het belang van de werkgever en de door hem gedreven onderneming - de positie van de betrokken werknemer aan wie het voorstel wordt gedaan en diens belang bij ongewijzigd blijven van de arbeidsvoorwaarden. Deze toets moet ook in dit geding worden aangelegd. Daaraan staat niet in de weg dat bij de kwestie van de herrekening van prepensioenuitkeringen mogelijk de belangen van verscheidene werknemers betrokken waren. Vast staat dat het Postkantoren ermee bekend was dat (in elk geval) [eiser] behoorde tot de werknemers op wie de overgangsregeling van artikel 38c Wet LB 1964 van toepassing was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7aed9cc55c81e74913dd7e7d45bef8ff5ede7f22d9e590b4ac4ad3dafc582191. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7aed9cc55c81e74913dd7e7d45bef8ff5ede7f22d9e590b4ac4ad3dafc582191, en de alinea staat in dat document op bytes 16840 tot 19250.