Citaat | Rechtbank Utrecht 28 januari 2011
Alinea 128 Rechtbank Utrecht 28 januari 2011
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 28 januari 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BP2915.
De rechtbank overweegt dat de benadeelde partijen gelet op het bepaalde in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek onder meer recht hebben op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding voor nadeel dat niet uit vermogensschade bestaat, a) indien de aansprakelijke persoon het oogmerk had zodanig nadeel toe te brengen, dan wel b) indien zij in hun eer of goede naam zijn geschaad of op andere wijze in hun persoon zijn aangetast. De rechtbank is van oordeel dat in geval van beide bewezen verklaarde feiten recht op schadevergoeding zoals hiervoor omschreven bestaat. In geval van bedreiging dient het opzet erop gericht te zijn dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan voor het misdrijf waarmee gedreigd werd, waaruit het oogmerk op het toebrengen van nadeel reeds kan worden afgeleid. Van belediging is sprake indien er opzet bestond op de krenking van iemands eer of goede naam, zodat de geleden psychische schade ook op de onder b) genoemde grond voor toewijzing vatbaar is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cced04b08aff6f3da62cfb55264703f851f177de4a0626b05eb54f374b9147f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cced04b08aff6f3da62cfb55264703f851f177de4a0626b05eb54f374b9147f, en de alinea staat in dat document op bytes 27242 tot 28256.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2cced04b08aff6f3da62cfb55264703f851f177de4a0626b05eb54f374b9147f | shasum -a 256