Citaat | Rechtbank Utrecht 28 januari 2011

Alinea 22 Rechtbank Utrecht 28 januari 2011

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 28 januari 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BP2915.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie ter zake het onder 3 ten laste gelegde feit niet-ontvankelijk verklaard dient te worden. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat het volgens de aanwijzing uitgebreide identificatieplicht in bepaalde gevallen niet opportuun kan zijn om een betrokkene te vervolgen die niet aan zijn toonplicht van zijn identiteitsbewijs heeft voldaan. Volgens de aanwijzing valt dan te denken aan onder meer het voorbeeld van een verwarde of gestoorde persoon, die op straat wordt aangetroffen. In de visie van de raadsman voldeed verdachte in de onderhavige situatie aan deze omschrijving. Nu de officier van justitie geen redenen heeft aangevoerd waarom in dit geval een uitzondering op de aanwijzing gemaakt dient te worden dient de officier van justitie niet ontvankelijk te worden verklaard in de vervolging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cced04b08aff6f3da62cfb55264703f851f177de4a0626b05eb54f374b9147f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cced04b08aff6f3da62cfb55264703f851f177de4a0626b05eb54f374b9147f, en de alinea staat in dat document op bytes 5525 tot 6415.