Citaat | Rechtbank Utrecht 28 januari 2011
Alinea 32 Rechtbank Utrecht 28 januari 2011
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 28 januari 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BP2915.
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het onder 1 ten laste gelegde feit. De in de tenlastelegging neergelegde uitlatingen kunnen volgens de raadsman weliswaar onbehoorlijk genoemd worden, doch houden geen bedreiging in, in de zin van artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht. De tekstdelen die wel in aanmerking zouden kunnen komen voor kwalificatie als bedreiging, worden bijna steeds voorafgegaan door ‘willen’ of ‘zouden willen’, waaruit in de visie van de raadsman niet de conclusie kan worden getrokken dat bij verdachte het voornemen bestond uitvoering te geven aan die wil. Ook afgezien daarvan waren de omstandigheden waaronder de bedreigende uitlatingen zijn gedaan volgens de raadsman niet zodanig dat bij de agenten de redelijke vrees kon ontstaan dat zij daadwerkelijk slachtoffer zouden worden van een misdrijf als bedoeld in artikel 285 Wetboek van Strafrecht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cced04b08aff6f3da62cfb55264703f851f177de4a0626b05eb54f374b9147f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cced04b08aff6f3da62cfb55264703f851f177de4a0626b05eb54f374b9147f, en de alinea staat in dat document op bytes 8542 tot 9494.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2cced04b08aff6f3da62cfb55264703f851f177de4a0626b05eb54f374b9147f | shasum -a 256