Citaat | Rechtbank Utrecht 18 februari 2011
Alinea 223 Rechtbank Utrecht 18 februari 2011
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 18 februari 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BP7662.
Uit de inhoud van de sms-berichten leidt de rechtbank af dat [betrokkene 29] het geld dat zij als prostituee verdiende, afdroeg aan verdachte (8, 10, 11, 13, 18). Hij verscheen met haar op het Zandpad (3). Hij regelde kamers voor haar (5, 7, 16, 17, 19, 20). In tapgesprekken tussen [verdachte SB] en verdachte leest de rechtbank dat verdachte niet alleen zijn vrouw als prostituee liet werken, maar ook een zekere [S] (19 en 20). [Betrokkene 29] verklaart bij de rechter-commissaris dat háár werknaam niet [S] was. [S] was volgens haar de vrouw uit [woonplaats], met wie zij gedurende vier à vijf weken een werkkamer heeft gedeeld. Uit een van de tapgesprekken blijkt dat verdachte met die [S] in januari 2007 bemoeienis had (19). Daaruit volgt dat verdachte in dat tapgesprek (19) met ‘mijn vrouw’ [betrokkene 29] bedoelt en [S] bij naam noemt en dat hij voor beiden een werkkamer probeert te regelen in overleg met [verdachte SB]. [Betrokkene 29] voelt zich uitgebuit, zij is alleen goed genoeg om als prostituee voor hem te werken (10).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bdc6ced0748a545d4e222f4e4174a7a1000e3280f8f1b6d8750016a700e7364. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bdc6ced0748a545d4e222f4e4174a7a1000e3280f8f1b6d8750016a700e7364, en de alinea staat in dat document op bytes 69546 tot 70607.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5bdc6ced0748a545d4e222f4e4174a7a1000e3280f8f1b6d8750016a700e7364 | shasum -a 256