Citaat | Rechtbank Utrecht 18 februari 2011
Alinea 311 Rechtbank Utrecht 18 februari 2011
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 18 februari 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BP7662.
Er zijn aanwijzingen in het dossier te vinden dat [betrokkene 2] verdachte, [verdachte BK] en [betrokkene 93] wél kende. Wat met name opvalt is dat op of omstreeks 4 december 2006 de mobiele telefoon van [betrokkene 2] gestolen wordt door een klant en dat door [betrokkene 93] daarna een telefoongesprek gevoerd wordt via die gestolen telefoon met de klant. [Betrokkene 2] bevestigt de diefstal van haar telefoon tegenover de rechter-commissaris. Met een telefoon met hetzelfde nummer [CCC] belt voorafgaand aan de diefstal een zekere [S] op 25, 26 november en 2 december met medeverdachte [verdachte BK] en vraagt hem om hulp. Op 4 december – na de diefstal – belt [S] met een ander mobiel nummer opnieuw naar [verdachte BK]. Een dag later wil een zekere [betrokkene 76] van [betrokkene 93] weten of het telefoonnummer van [S] is veranderd. [Betrokkene 93] antwoordt bevestigend en zegt dat [S] haar telefoon heeft laten stelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bdc6ced0748a545d4e222f4e4174a7a1000e3280f8f1b6d8750016a700e7364. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bdc6ced0748a545d4e222f4e4174a7a1000e3280f8f1b6d8750016a700e7364, en de alinea staat in dat document op bytes 92209 tot 93158.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5bdc6ced0748a545d4e222f4e4174a7a1000e3280f8f1b6d8750016a700e7364 | shasum -a 256