Citaat | Rechtbank Utrecht 18 februari 2011

Alinea 331 Rechtbank Utrecht 18 februari 2011

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 18 februari 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BP7662.

[Betrokkene 94] heeft op 21 februari 2004 verklaard dat hij sinds een maand of twee op de Wallen in Amsterdam werkte voor een groep pooiers, die allemaal uit Duitsland kwamen en elkaar al heel lang kenden. Ze waren genaamd [verdachte SB], [verdachte HB], [M] (de rechtbank begrijpt telkens daar waar over [M]/[M] gesproken wordt: [verdachte NT]) en [C] (de rechtbank begrijpt telkens daar waar over [C]/[C] gesproken wordt: [verdachte UT]). De groep had meisjes voor zich werken in Amsterdam en in Den Haag. [Verdachte SB] was volgens [betrokkene 94] één van de leiders van de groep. [Betrokkene 94] heeft voor die groep als boodschappenjongen gewerkt en hij moest meisjes beschermen tegen lastige klanten (10). Daarnaast hebben de getuigen [betrokkene 14] (8) en [betrokkene 4 ] (9) beiden verklaard dat [verdachte SB] pooier was en dat er verschillende meisjes voor hem in de prostitutie werkten. Hij was ‘de grote man’ en ‘de grote baas’ van de groep die bij hem hoorde. Voorts wordt in tapgesprekken tussen [verdachte SB] en [verdachte UT] (1 en 4) en in een gesprek tussen ene [K] en [verdachte UT] (3) gesproken over de groep/gemeenschap en wordt gezegd dat [verdachte SB] de baas is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bdc6ced0748a545d4e222f4e4174a7a1000e3280f8f1b6d8750016a700e7364. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bdc6ced0748a545d4e222f4e4174a7a1000e3280f8f1b6d8750016a700e7364, en de alinea staat in dat document op bytes 97009 tot 98224.