Citaat | Rechtbank Utrecht 18 februari 2011
Alinea 606 Rechtbank Utrecht 18 februari 2011
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 18 februari 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BP7662.
Als de advocaat mij vraagt of op mij druk uigeoefend is met betrekking tot de prostitutie dan zeg ik: ‘Ja, uiteindelijk ja’. Het kwam voor dat [H] mij onder druk gezet heeft. Als [verdachte SB] erbij was, was hij harder. Dit was meestal aan de telefoon. Ik vroeg dan wie er bij hem was. Hij zei dan, als het [verdachte SB] was, dat hij bij de Goeroe was. Dit was mijn naam voor [verdachte SB]. Dan wist ik dat hij bij [verdachte SB] was. Hij gebruikte dan echte grove woorden Aanvankelijk was ik niet bang voor [H]. Later wel. Dat was ook de reden dat ik weg ben gegaan. Dit was psychische terreur. Dit kwam naar boven omdat hij gevoeld heeft dat ik weg wilde. Als de rechter-commissaris mij voorhoudt dat angst voor repercussie eigenlijk inhoudt dat hij angst gecreëerd zou hebben bij mij voor de gevolgen als ik iets zou doen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bdc6ced0748a545d4e222f4e4174a7a1000e3280f8f1b6d8750016a700e7364. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bdc6ced0748a545d4e222f4e4174a7a1000e3280f8f1b6d8750016a700e7364, en de alinea staat in dat document op bytes 159763 tot 160610.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5bdc6ced0748a545d4e222f4e4174a7a1000e3280f8f1b6d8750016a700e7364 | shasum -a 256