Citaat | Rechtbank Utrecht 18 februari 2011

Alinea 615 Rechtbank Utrecht 18 februari 2011

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 18 februari 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BP7662.

Ik heb twee weken in Amsterdam gewerkt. In Amsterdam verdiende ik niet veel. Ik moest van [verdachte SB] bij [betrokkene 36] gaan werken. Dan zou ik meer verdienen. Ik ben toen in het huis van [verdachte SB] gaan slapen. [H] wist dat ik samen zou willen blijven met [V]. We konden dan allebei voor hem werken. Ik zou hem 1000 euro per week moeten betalen. 500 euro voor hem en 500 voor [verdachte SB]. Dat gebeurde zo omdat [verdachte SB] de baas was. [H] moest met hem overleggen of ik in Nederland kon blijven. [H] kon die beslissing niet zelf nemen. Hij moest dat overleggen met [verdachte SB]. Toen ik in Utrecht werkte sliep ik nog steeds in het huis van [verdachte SB]. [H] en [verdachte SB] haalden bij mij het geld op.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bdc6ced0748a545d4e222f4e4174a7a1000e3280f8f1b6d8750016a700e7364. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bdc6ced0748a545d4e222f4e4174a7a1000e3280f8f1b6d8750016a700e7364, en de alinea staat in dat document op bytes 162199 tot 162938.