Citaat | Rechtbank Utrecht 18 februari 2011

Alinea 761 Rechtbank Utrecht 18 februari 2011

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 18 februari 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BP7662.

Sinds een maand of twee werk ik als boodschappenjongen voor een groep pooiers op de Wallen in Amsterdam. Het zijn allemaal Turkse mannen en ik ken alleen hun voornaam. Ze zijn genaamd [verdachte SB], [verdachte HB], [M], [C] (…). [verdachte SB] en [verdachte HB] zijn broer van elkaar. Ze komen allemaal uit Duitsland en kennen elkaar al heel lang. Die groep heeft meisjes voor zich werken. [verdachte SB] en [verdachte HB] zijn de leiders van de groep. Ik weet dat ze ook met wapens bezig zijn. Ik heb bij [verdachte SB] een vuurwapen gezien, omdat [verdachte SB] mij daarmee heeft bedreigd. Hij liet mij dat wapen zien en zei dat ik voor hem moest blijven werken. [verdachte SB] regelt wapens, (…) en meisjes. Ik denk dat de groep minimaal 10 meisjes hier heeft werken. Dan hebben ze ook nog meisjes in Den Haag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bdc6ced0748a545d4e222f4e4174a7a1000e3280f8f1b6d8750016a700e7364. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bdc6ced0748a545d4e222f4e4174a7a1000e3280f8f1b6d8750016a700e7364, en de alinea staat in dat document op bytes 180333 tot 181164.