Citaat | Rechtbank Utrecht 18 februari 2011

Alinea 853 Rechtbank Utrecht 18 februari 2011

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 18 februari 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BP7662.

[verdachte NT] wordt gebeld door [verdachte HB] [verdachte SB]. [verdachte NT] zegt dat [verdachte HB] hem had moeten bellen. Gesprek over [verdachte ZO] die steeds maar weer om geld vraagt. [verdachte HB] zegt dat [verdachte NT] geen geld aan [verdachte ZO] moet geven; dat hij met [verdachte ZO] heeft gesproken en dat onze [betrokkene 63] (opm.: de lange) de enige is die geld aan hem moet geven. [verdachte HB] zegt: Ik heb met de meisjes gesproken en de meisjes zouden het zelf geven. [...] [verdachte NT] zegt: Behalve [betrokkene 119](fonetisch) betaal ik toch 130, 130? Op z’n minst gaf ik elke week 250-300 Euro aan hem. [verdachte HB] zegt: [verdachte NT], je moet dat allemaal berekenen. [verdachte NT] zegt: Maakt niet uit [verdachte HB] abi. Dat heb ik zelf als zakgeld gegeven. Tot nu toe heb jij het gegeven en nu geven wij het. Om de zaken van de meisjes van onze [verdachte SB], van jou en die andere niet te vertragen, gaf ik (hem) 50 Euro.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bdc6ced0748a545d4e222f4e4174a7a1000e3280f8f1b6d8750016a700e7364. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bdc6ced0748a545d4e222f4e4174a7a1000e3280f8f1b6d8750016a700e7364, en de alinea staat in dat document op bytes 193516 tot 194489.