Citaat | Rechtbank Utrecht 20 april 2011

Alinea 48 Rechtbank Utrecht 20 april 2011

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 20 april 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ2510.

4.1. Indien FGH Bank precies gehandeld zou hebben als [eiser sub 1] c.s. in deze procedure aanvoeren dat de juiste wijze van handelen zou zijn geweest, zou er nog steeds sprake zijn geweest van een over-verhypothekering van de onroerende zaak. [eiser sub 1] c.s. hebben immers gesteld dat in dat geval de Rabobank als tweede hypotheekhouder na voldoening uit de verkoopopbrengst nog een restantvordering van ongeveer € 83.000,- zou hebben gehad. Dus ook in dat geval zou de gehele opbrengst van de onroerende zaak naar de twee hypotheekhouders zijn gevloeid, zij het in een andere verhouding. In beide gevallen zou [eiser sub 1] dus niets hebben ontvangen. De beweerd onrechtmatige aanspraak van FGH Bank heeft dus niet tot schade bij [eiser sub 1] geleid. [eiser sub 1] is niet-ontvankelijk in zijn vordering, wegens gebrek aan belang.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0def63ba01c045c0703e225e011e3e2feab57df3ff893e59ddba2a01795ac4b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0def63ba01c045c0703e225e011e3e2feab57df3ff893e59ddba2a01795ac4b4, en de alinea staat in dat document op bytes 10296 tot 11149.