Citaat | Rechtbank Utrecht 20 april 2011

Alinea 58 Rechtbank Utrecht 20 april 2011

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 20 april 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ2510.

4.6. FGH Bank heeft betoogd, deze tekst uitleggend, dat alleen sprake is van een verplichte aflossing bij waardedaling. In geval van verkoop of bestemmingswijziging is het immers de keuze van de contractuele wederpartij die bepalend is. Het was, toegesneden op deze zaak, [eiser sub 1] die besloot te verkopen. Dat is een keuze waarop FGH Bank geen invloed heeft. Dat wordt niet anders als [eiser sub 1] zich tot deze verkoop gedwongen zag op financieel-economische gronden. In zo’n geval is er dus sprake van een vrijwillige aflossing en niet van een verplichte. Dat wordt niet anders doordat de aflossing ‘dient’ te geschieden; die plicht ontstond pas na de door [eiser sub 1] gemaakte keus te verkopen, waarop FGH Bank geen invloed had.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0def63ba01c045c0703e225e011e3e2feab57df3ff893e59ddba2a01795ac4b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0def63ba01c045c0703e225e011e3e2feab57df3ff893e59ddba2a01795ac4b4, en de alinea staat in dat document op bytes 13872 tot 14631.