Citaat | Rechtbank Utrecht 20 april 2011
Alinea 64 Rechtbank Utrecht 20 april 2011
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 20 april 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ2510.
De rechtbank oordeelt dat altijd onbekend zal blijven welk bedrag tussen Chojnik en de Rabobank zou zijn uitonderhandeld, indien de Rabobank aan het begin van de onderhandelingen een vordering had gepretendeerd die € 55.049,55 lager was geweest. Die onzekerheid is voor risico van FGH Bank die heeft veroorzaakt dat deze situatie hypothetisch is gebleven. Niettemin is het voor de hand liggend dat wel een verlaging zou zijn bewerkstelligd in onderhandelingen. De rechtbank schat het bedrag dat zou zijn uitonderhandeld op de voet van art. 6:97 BW op € 45.000,- lager dan in werkelijkheid het geval is geweest en rekent deze € 45.000,- als schade toe aan FGH Bank. Dit bedrag zal aan Chojnik worden toegewezen. De wettelijke handelsrente daarover wordt afgewezen, nu FGH Bank, ook volgens [eiser sub 1] c.s., terecht heeft aangevoerd dat dit alleen de wettelijke rente kan zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0def63ba01c045c0703e225e011e3e2feab57df3ff893e59ddba2a01795ac4b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0def63ba01c045c0703e225e011e3e2feab57df3ff893e59ddba2a01795ac4b4, en de alinea staat in dat document op bytes 17075 tot 17972.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0def63ba01c045c0703e225e011e3e2feab57df3ff893e59ddba2a01795ac4b4 | shasum -a 256