Citaat | Rechtbank Utrecht 20 april 2011
Alinea 65 Rechtbank Utrecht 20 april 2011
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 20 april 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ2510.
4.10. [eiser sub 1] zal in de proceskosten van FGH Bank worden veroordeeld, welke de rechtbank taxeert op nihil. FGH Bank zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van Chojnik worden veroordeeld. Omdat een aanzienlijk deel (ongeveer 20%) van het gevorderde bedrag wordt afgewezen, begroot de rechtbank de proceskosten aan de zijde van Chojnik op basis van het toegewezen bedrag op:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0def63ba01c045c0703e225e011e3e2feab57df3ff893e59ddba2a01795ac4b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0def63ba01c045c0703e225e011e3e2feab57df3ff893e59ddba2a01795ac4b4, en de alinea staat in dat document op bytes 18029 tot 18456.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0def63ba01c045c0703e225e011e3e2feab57df3ff893e59ddba2a01795ac4b4 | shasum -a 256