Citaat | Rechtbank Utrecht 27 mei 2011

Alinea 44 Rechtbank Utrecht 27 mei 2011

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 27 mei 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ6645.

2.14 Gelet op de wetsgeschiedenis en de mate van gedetailleerdheid van de bepalingen in de Natuurbeschermingswet 1998 is de rechtbank van oordeel dat met de Natuurbeschermingswet 1998 is beoogd de aanwijzing van beschermde landschapsgezichten uitputtend te regelen. Uit de Memorie van Toelichting op de Natuurbeschermingswet 1998 (Tweede Kamer, vergaderjaar 1993-1994, 23 580, nr. 3) blijkt dat er een aantal redenen was om de Natuurbeschermingswet, zoals die op 1 januari 1968 in werking was getreden, te herzien. Eén van de redenen was, zo blijkt uit pagina 10 van de Memorie van Toelichting, dat het noodzakelijk was om het beleid terzake van de landschapsbescherming te versterken. Gelet op onder meer de destijds geconstateerde achteruitgang van het historisch waardevolle landschap, zijn voorstellen gedaan om aan historisch-landschappelijk - anders dan uit oogpunt van natuurbescherming - waardevolle landschapsgezichten wettelijke bescherming te kunnen bieden. De bevoegdheid voor de uitvoering van die taak is daarbij in handen gelegd van het provinciaal bestuur, tezamen met het bestuur van de gemeente.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96ff416785017fe6a4747d959a5f430af56758040dd045f00abfd0707038fdd7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96ff416785017fe6a4747d959a5f430af56758040dd045f00abfd0707038fdd7, en de alinea staat in dat document op bytes 17290 tot 18417.