Citaat | Rechtbank Utrecht 27 mei 2011

Alinea 46 Rechtbank Utrecht 27 mei 2011

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 27 mei 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ6645.

2.15 De wetgever heeft de bevoegdheid om een landschap aan te wijzen als beschermd landschapsgezicht, met als rechtsgevolg dat de gemeenteraad een beschermend bestemmingsplan moet vaststellen (als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening) willen opdragen aan gedeputeerde staten. Daartoe heeft de wetgever de regeling in de artikelen 23 tot en met 26 van de Natuurbeschermingswet 1998 in het leven geroepen. De Verordening, die beoogt aan verweerder voor hetzelfde onderwerp de bevoegdheid op te dragen tot het doen van een aanwijzing die eveneens als belangrijkste rechtsgevolg heeft dat de gemeenteraad een beschermend bestemmingsplan moet vaststellen, is daarmee niet te verenigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96ff416785017fe6a4747d959a5f430af56758040dd045f00abfd0707038fdd7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96ff416785017fe6a4747d959a5f430af56758040dd045f00abfd0707038fdd7, en de alinea staat in dat document op bytes 19014 tot 19709.