Citaat | Rechtbank Utrecht 27 mei 2011

Alinea 47 Rechtbank Utrecht 27 mei 2011

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 27 mei 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ6645.

2.16 Daar komt bij dat uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 23 en volgende van de Natuurbeschermingswet 1998 blijkt dat - overeenkomstig de uitgangspunten van het ELC - gekozen is voor bescherming van een landschapsgezicht door middel van het bestemmingsplan. Welke handelingen het landschapsgezicht kunnen aantasten zal van geval tot geval bepaald dienen te worden in het kader van zo’n bestemmingsplan, waartoe gedeputeerde staten een indicatie geven in hun aanwijzingsbesluit. Daarbij is uitdrukkelijk gekozen voor bescherming via de instrumenten van de ruimtelijke ordening omdat op die wijze effectieve bescherming mogelijk is zonder dat een direct aanwijzingsinstrument (op grond van de Natuurbeschermingswet 1998) nodig is. Daarin ligt besloten dat de wetgever ervan uit is gegaan dat op gemeentelijk niveau de bescherming van landschapsgezichten voldoende wordt gediend met het gebruik van de instrumenten van de ruimtelijke ordening.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96ff416785017fe6a4747d959a5f430af56758040dd045f00abfd0707038fdd7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96ff416785017fe6a4747d959a5f430af56758040dd045f00abfd0707038fdd7, en de alinea staat in dat document op bytes 19729 tot 20704.