Citaat | Rechtbank Utrecht 1 juni 2011

Alinea 170 Rechtbank Utrecht 1 juni 2011

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 1 juni 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ6884.

Ook overigens acht de rechtbank het aannemelijk dat [slachtoffer 2] het door haar verdiende geld moest afgeven aan verdachte. Immers, het gedwongen in de prostitutie brengen en houden van [slachtoffer 2] is logischerwijs geen doel op zich. Daarnaast moet dit worden bezien in onderlinge samenhang met het feit dat ook ten aanzien van [slachtoffer 1] bewezen is verklaard dat zij het door haar verdiende geld diende af te staan aan verdachte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08fd3e2ba00a9feef5331a2c8688b0493e1f2246ea00ae4bc42b2c340043c715. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08fd3e2ba00a9feef5331a2c8688b0493e1f2246ea00ae4bc42b2c340043c715, en de alinea staat in dat document op bytes 42270 tot 42724.