Citaat | Rechtbank Utrecht 1 juni 2011
Alinea 178 Rechtbank Utrecht 1 juni 2011
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 1 juni 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ6884.
Het voor artikel 273f lid 1 sub 3 Sr. (de zogenaamde grensoverschrijdende variant van mensenhandel) vereiste oogmerk bij verdachte leidt de rechtbank af uit het feit dat [slachtoffer 2] blijkens de hierboven genoemde bewijsmiddelen reeds kort na haar aankomst in Nederland door verdachte werd meegenomen naar prostitutiegelegenheden en ook daadwerkelijk in de prostitutie werkzaam was. Mede bepalend voor de aanwezigheid van het oogmerk bij verdachte acht de rechtbank bovendien het feit dat verdachte voor de komst van [slachtoffer 2] reeds een andere vrouw, [slachtoffer 1], onder onvrijwillige omstandigheden voor hem in de prostitutie had werken. In dat licht bezien kan het niet anders dan dat verdachte al voor de komst van [slachtoffer 2] naar Nederland de intentie had haar in Nederland in de prostitutie te brengen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08fd3e2ba00a9feef5331a2c8688b0493e1f2246ea00ae4bc42b2c340043c715. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08fd3e2ba00a9feef5331a2c8688b0493e1f2246ea00ae4bc42b2c340043c715, en de alinea staat in dat document op bytes 44162 tot 44999.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08fd3e2ba00a9feef5331a2c8688b0493e1f2246ea00ae4bc42b2c340043c715 | shasum -a 256