Citaat | Rechtbank Utrecht 1 juni 2011
Alinea 180 Rechtbank Utrecht 1 juni 2011
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 1 juni 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ6884.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 5 ten laste gelegde werven etc. van [slachtoffer 2] met het oogmerk haar in Nederland in de prostitutie te brengen (artikel 273f lid 1 sub 3 Sr., de zogenaamde grensoverschrijdende variant van mensenhandel) tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte [medeverdachte] heeft gepleegd. Daartoe is bepalend dat [medeverdachte] de in de hierboven opgesomde bewijsmiddelen aan hem toegeschreven feitelijke handelingen heeft verricht, welke handelingen mede redengevend zijn voor de bewezenverklaring van de grensoverschrijdende variant van mensenhandel. Nu uit de bewijsmiddelen tevens volgt dat bij verdachte van meet af aan het oogmerk heeft bestaan om [slachtoffer 2] in Nederland in de prostitutie te brengen en verdachte daartoe mede de door [medeverdachte] verrichte feitelijke handelingen heeft benut, volgt hieruit naar het oordeel van de rechtbank dat er bezien voor verdachte tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking. Het feit dat medeverdachte [medeverdachte] is vrijgesproken van (het medeplegen van) deze variant van mensenhandel staat blijkens de wetsgeschiedenis en bestendige jurisprudentie niet in de weg aan een bewezenverklaring van het medeplegen. Immers, het opzet van [medeverdachte] was gericht op de samenwerking met verdachte en op de door hem verrichte gedragingen. Dat ten aanzien van [medeverdachte] door de rechtbank onvoldoende bewijs aanwezig wordt geacht van wetenschap dat [slachtoffer 2] in Nederland in de prostitutie zou gaan werken voordat hij [slachtoffer 2] op 2 april 2009 vanuit Marokko naar Nederland begeleidde, doet niets af aan het feit dat die wetenschap c.q. die intentie wel bij verdachte aanwezig was op het moment dat hij de inzet van [medeverdachte] benutte om [slachtoffer 2] naar Nederland te halen, zodat bij verdachte de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking wel aanwezig was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08fd3e2ba00a9feef5331a2c8688b0493e1f2246ea00ae4bc42b2c340043c715. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08fd3e2ba00a9feef5331a2c8688b0493e1f2246ea00ae4bc42b2c340043c715, en de alinea staat in dat document op bytes 45087 tot 47076.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08fd3e2ba00a9feef5331a2c8688b0493e1f2246ea00ae4bc42b2c340043c715 | shasum -a 256